Coachrondje voor in de praktijk
07 oktober 2021 

Coachrondje voor in de praktijk

Werkvorm voor coaching in de klas of groepje

Een coachrondje op meer zelfvertrouwen en een beter zelfbeeld voor kinderen. Kinderen zijn zelf de coach en worden door hun klasgenoten gecoacht.
Makkelijk inzetbaar in je eigen groep!

Coachen van kinderen in je eigen klas, hoe pak je dit aan? En hoe leer je kinderen elkaar coachen? Elke groep kinderen kent zijn unieke samenstelling, ieder met zijn eigen verhaal, zijn eigen afkomst, zijn eigen gedachten en gevoelens. Ieder met zijn eigen kwaliteiten en eigen valkuilen. Sommige kinderen hebben weinig zelfvertrouwen of last van faalangst, terwijl andere juist blaken van het zelfvertrouwen. Al deze unieke individuen vormen samen de groep.

Elkaar laten versterken

De kunst is om kinderen elkaar hierbij te laten versterken. Om dat goed te kunnen doen, helpt het als je weet hoe kinderen elkaar kunnen coachen. In deze praktijkbijdrage krijg je handvatten voor een coachrondje op zelfvertrouwen en een goed zelfbeeld voor kinderen van je groep. Eenvoudig in te zetten en te organiseren in de groepen 5, 6, 7 en 8. Dit is een win-winsituatie voor zowel de kinderen als voor jou als leerkracht.

Stap 1: klassikale instructie

De kinderen zitten in een kringopstelling rondom een grote spiegel of afbeelding op het digibord. Jij, als leerkracht, gaat voor de spiegel staan en bekijkt jezelf. Je beschrijft jezelf en je beschrijft wat je ziet in de spiegel. Je noemt positieve kenmerken op van jezelf en kenmerken waar je niet zo blij mee bent. Daarna denk je hardop na over je eigen kwaliteiten en valkuilen, hiervan noem je er enkele. Je kiest één van je kwaliteiten waar je het meest trots op bent en schrijft die op de spiegel met een stift. Daarna mogen alle kinderen van de groep één kwaliteit van zichzelf op de spiegel erbij schrijven. De kinderen die dit lastig vinden, worden geholpen door hun klasgenoten of de leerkracht.

Stap 2: individuele instructie

De kinderen gaan op hun werkplek zitten en krijgen ieder twee werkbladen (download de kopieerbladen). Op werkblad 1 zie je acht vakjes in een cirkel en in het midden een poppetje. Schrijf je naam bij het poppetje. Dit is jouw cirkel, want het gaat over jou.

In elk vakje van de cirkel op werkblad 1 maakt de leerling een kleine, eenvoudige tekening welke hoort bij elk van de onderstaande vragen:
1. Wat vind je mooi aan jezelf?
2. Wat kan je goed?
3. Wat kan je niet goed?
4. Waar heb je hulp bij nodig?
5. Wie hoort er bij jouw gezin?
6. Wat doe je graag in je vrije tijd?
7. Welke sport past bij je?
8. Wat vind je het leukst op school?

Deze kleine tekeningen tekenen de leerlingen nogmaals, maar nu op de acht kaartjes van werkblad 2. Nadat de leerlingen klaar zijn, knippen ze de acht kaartjes uit. Voordat ze in groepjes verder gaan, schrijft elke leerling aan de achterkant van elk kaartje een andere bijpassende vraag die de leerling aan een klasgenoot zou willen vragen. Bijvoorbeeld: neem de tekening die hoort bij vraag 1; ‘Wat vind je mooi aan jezelf?’ Draai het kaartje om. Schrijf op de achterkant jouw nieuwe vraag die hoort bij het uiterlijk. Bijvoorbeeld: ‘Welke kleur ogen heb jij?’ Schrijf nu op de andere kaartjes ook een passende vraag.

Stap 3: in groepjes werken

De klas wordt in groepjes van vier kinderen verdeeld. Deze vier kinderen kiezen in gezamenlijk overleg één van de vier cirkels die ze hebben gemaakt bij de individuele
opdracht. Hierbij overleggen ze met argumenten waarom ze deze keuze hebben gemaakt. Ze kiezen hierbij zelf een manier om de keuze te bepalen. Daarna wordt deze cirkel in het midden van het groepje gelegd. Alle kinderen van het groepje
leggen hun kaartjes die horen bij het eerste vakje naast het eerste vakje neer. Er liggen nu vier verschillende kaartjes met een vraag bij hokje één. De kaartjes liggen met het plaatje naar boven. Zo verdelen de kinderen alle kaartjes rondom de cirkel bij de juiste vakjes.

Elk groepje krijgt een dobbelsteen en vier pionnen. Iedere leerling zet zijn pion op een eigen gekozen plaats op de cirkel. Het coachrondje gaat beginnen.

DE SPELREGELS
• Dobbel met de dobbelsteen.
• Verplaats je pion met de wijzers van de klok mee.
• Degene die na jou aan de beurt is, leest de vraag voor van het plaatje waar jij op staat.
• Geef zo goed en eerlijk mogelijk antwoord op de vraag.
• Andere kinderen mogen ook reageren op deze vraag of mogen verdiepingsvragen stellen.
• Leg het kaartje naast je neer.
• Geef de beurt aan de volgende
en speel zo verder.
• Degene die het eerste acht verschillende afbeeldingen heeft gespaard, is de winnaar van het spel.

Vind jij het ook belangrijk dat kinderen goed in hun vel zitten, voldoende zelfvertrouwen hebben, sociaal vaardig zijn en voldoende veerkracht hebben om tegenslagen te kunnen verwerken? Deze werkbladen en werkvorm kun je ook gebruiken voor andere thema’s.

 

Over de schrijver
Reactie plaatsen
arrow_drop_up arrow_drop_down